Waarom verwelkomde Babylon zijn eigen veroveraar?

Op donderdag 3 september 2026 presenteerde ik in het Rijksmuseum van Oudheden mijn nieuwe boek, Een jaar in Babylon. In dat boek neem ik de lezer mee naar Babylon in 539 voor Christus: het jaar waarin de Perzische koning Cyrus de Grote de stad innam en een einde maakte aan het Babylonische Rijk.

Tijdens de boekpresentatie stond ik stil bij een van de merkwaardigste aspecten van die gebeurtenis. In de beroemde Cyruscilinder wordt Cyrus namelijk niet voorgesteld als de buitenlandse veroveraar die hij was, maar als een bevrijder die met instemming van de oppergod Marduk naar Babylon kwam en door de bevolking feestelijk werd onthaald. Waarom beschreven de Babyloniërs hun eigen veroveraar op die manier?

Hieronder lees je de tekst van mijn toespraak tijdens de boekpresentatie, waarin ik die vraag probeer te beantwoorden. Daarbij gaat het uiteindelijk niet alleen om Cyrus, maar vooral om de Babyloniërs zelf: om hun beeld van hun stad, hun goden en hun verleden, en om het verhaal waarmee zij probeerden te begrijpen dat hun wereld in 539 voor Christus voorgoed was veranderd.

Welkom allemaal. Wat fijn dat jullie vanavond in zulke groten getale zijn gekomen. Tijdens deze boekpresentatie wil ik jullie, net als in mijn boek, meenemen naar de stad Babylon, in het jaar 539 voor Christus.

De val van Babylon

Babylon was destijds de grootste stad ter wereld, met tussen de 100.000 en 200.000 inwoners. Het was de hoofdstad van het Babylonische Rijk, dat zich uitstrekte van de Perzische Golf tot aan de Middellandse Zee. En het was bovendien het religieuze centrum van Mesopotamië, de stad waar de oppergod Marduk zelf zou wonen.

Maar in 539 voor Christus werd deze stad ingenomen door de Perzen, onder leiding van hun koning Cyrus de Grote. In de ogen van de Babyloniërs waren die Perzen weinig meer dan barbaren uit het bergachtige oosten. Nog maar een paar generaties eerder hadden ze een grotendeels nomadisch bestaan geleid. Maar onder Cyrus hadden ze inmiddels alle landen ten oosten en ten noorden van het Babylonische Rijk veroverd. En uiteindelijk namen ze ook Babylon zelf in. Je zou verwachten dat de Babyloniërs die inname — het verlies van hun onafhankelijkheid, de vernedering door een volk dat zij als barbaren beschouwden — als een immense ramp ervoeren. Niets is minder waar.

De Cyruscilinder, British Museum, Londen
Prioryman, CC BY-SA 3.0 https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0, via Wikimedia Commons

In de bekendste Babylonische tekst over deze gebeurtenis, de Cyruscilinder, wordt Cyrus de Grote juist beschreven als een bevrijder, die door de inwoners van de stad feestelijk werd onthaald. Zijn komst wordt zelfs voorgesteld als het beste wat Babylon had kunnen overkomen.

Om jullie een indruk te geven van hoe bijzonder dat is, wil ik nu een vrije vertaling van een deel van de Cyruscilinder voorlezen:

In die tijd heerste er een onbekwaam heerser over het land. Hij ontheiligde de tempels, schafte de dagelijkse offers af en voerde rituelen in die de goden niet welgevallig waren. Hij bracht de eredienst in verwarring, maakte een einde aan de verering van Marduk, de koning der goden, en bracht voortdurend onheil over diens heilige stad. Dag na dag legde hij de inwoners van Babylon zware corveediensten op, totdat zij onder hun last bezweken.

Toen Marduk hun geweeklaag hoorde, ontstak hij in grote toorn. De goden verlieten hun heiligdommen, verontwaardigd over de schending van de heilige orde. Maar Marduk ontfermde zich over de bewoners van Sumer en Akkad. Hij zag hoe het land was vervallen en besloot zijn volk genadig te zijn.

Daarom doorzocht hij alle landen, op zoek naar een koning die rechtvaardig zou regeren. Die koning vond hij in Cyrus, koning van Anšan. Hij nam hem bij de hand, riep hem bij zijn naam en bestemde hem tot heerser over de wereld. Hij schonk hem de overwinning op zijn vijanden en vertrouwde hem de zorg toe voor de gehele mensheid. Toen Marduk zijn oprechte hart en rechtvaardige daden aanschouwde, verheugde hij zich.

Marduk beval Cyrus op te trekken naar Babylon. Hij ging hem voor als een vriend en bondgenoot. Met een ontelbaar leger trok Cyrus op, maar zonder strijd of gevecht liet Marduk hem Babylon binnengaan. Zo redde hij de stad uit haar nood en leverde hij Nabonidus, de koning die hem niet eerde, uit in zijn handen.

Toen bogen alle inwoners van Babylon, heel Sumer en Akkad, evenals de vorsten en gouverneurs, voor Cyrus neer. Zij kusten zijn voeten en verheugden zich in zijn koningschap. Hun gezichten straalden van vreugde. Zij prezen de vorst die een einde had gemaakt aan hun ellende en dankten hem die hun het leven had teruggegeven.

Dat is nogal wat: je eigen veroveraar op zo’n manier afschilderen. Wat bracht de Babyloniërs hiertoe? Was het dwang? Cognitieve dissonantie? Of waren ze misschien oprecht blij met de komst van een nieuwe, rechtvaardige heerser? Waarom verwelkomde Babylon zijn eigen veroveraar? Dat is de vraag die ik vanavond zal proberen te beantwoorden.

Cyrus als bevrijder

Het meest voor de hand liggende antwoord is natuurlijk dat het verhaal van de Cyruscilinder in grote lijnen gewoon klopt: de laatste koning van Babylon, Nabonidus, was een tiran, en de Babyloniërs zagen Cyrus oprecht als hun bevrijder.

En de belangrijkste beschuldiging die tegen Nabonidus werd geuit, was ook niet helemaal uit de lucht gegrepen. Uit kleitabletten uit zijn eigen regeerperiode blijkt dat Nabonidus een grote voorliefde had voor de maangod Sîn, de beschermgod van zijn geboortestad Harran. De Babylonische oppergod Marduk kon daarentegen op veel minder aandacht rekenen. Het is dus heel goed mogelijk dat met name de priesters van Marduk, die in Babylon veel macht en aanzien hadden, daar niet bepaald blij mee waren.

Daarnaast weten we uit de Naboniduskroniek dat de koning maar liefst tien jaar lang in de Arabische oasestad Tema verbleef. Zijn zoon Belsazar nam intussen het dagelijks bestuur waar, maar het Babylonische Nieuwjaarsfeest, het Akitu-feest, kon niet worden gevierd zoals het hoorde. Daarvoor was namelijk vereist dat de koning persoonlijk aan de rituelen deelnam.

Waarom Nabonidus zo lang buiten Babylon verbleef, weten we eigenlijk nog altijd niet. Moderne geleerden hebben daar allerlei verklaringen voor aangedragen, maar geen daarvan is echt overtuigend. Wat zijn redenen ook waren, tien jaar lang wegblijven uit je eigen hoofdstad was geen verstandige beslissing. Veel inwoners van Babylon zullen het toch hebben ervaren alsof hun koning hen in de steek had gelaten.

In de Cyruscilinder wordt ook vermeld dat Nabonidus zijn volk zware lasten oplegde. Waarschijnlijk gaat het hier om de gebruikelijke corveearbeid: arbeid die de koning van zijn onderdanen kon eisen, en die in tijden van oorlog of oorlogsvoorbereiding nog zwaarder kon worden. Op zichzelf was daar dus niets uitzonderlijks aan. Maar zodra een koning ten val kwam, veranderde ook de manier waarop men naar zulke maatregelen keek. Arbeid die onder een succesvolle koning nog als normaal gold, kon achteraf worden voorgesteld als een vorm van onderdrukking.

Al met al is de boodschap van de Cyruscilinder duidelijk: Nabonidus had de goddelijke orde verstoord, en dat kon niet zonder gevolgen blijven. Dat is de belangrijkste boodschap die de lezer uit het verhaal moest meenemen.

En dan Cyrus. Volgens de Cyruscilinder werd hij door de oppergod Marduk zelf uitgekozen om de orde te herstellen. In een latere passage lezen we dat Cyrus de tempels van Marduk en de andere goden liet renoveren, en dat hij alle godenbeelden en hun priesters liet terugkeren naar hun eigen tempels. Nabonidus had namelijk, in de aanloop naar de Perzische invasie, de godenbeelden uit heel het land naar Babylon laten overbrengen, samen met het bijbehorende tempelpersoneel. Onder Cyrus mochten zij allemaal weer terugkeren. De orde die Nabonidus had verstoord, werd daarmee hersteld.

Doordat Cyrus in Babylon allerlei bouwprojecten liet uitvoeren en persoonlijk deelnam aan de offerceremonies, werd hij nadrukkelijk neergezet als een ‘aanwezige’ koning — in scherp contrast met Nabonidus, die jarenlang uit de stad was weggebleven. Cyrus mocht dan van ver zijn gekomen, maar volgens dit beeld toonde hij meer respect voor Babylon, haar goden en haar tradities dan zijn eigen voorganger.

Cyrus zou het volk ook hebben ‘ontheven van zijn lasten’. Daarmee wordt waarschijnlijk bedoeld dat hij een einde maakte aan de extra corveediensten die Nabonidus had opgelegd. Nu is het misschien wel erg makkelijk om met de eer te gaan strijken nadat je voorganger, in de aanloop naar een oorlog, noodgedwongen extra corveediensten heeft moeten inzetten. Maar de boodschap is duidelijk: onder Cyrus was de orde hersteld, en waren die extra lasten dus niet langer nodig.

De algemene boodschap is dus duidelijk: Cyrus had, in opdracht van Marduk, de goddelijke orde hersteld die Nabonidus had verstoord. Geen wonder dat de Babyloniërs blij waren met Cyrus. Toch?

De mythe van de verlichte Cyrus

Deze vrij letterlijke lezing van de Cyruscilinder heeft ertoe bijgedragen dat Cyrus ook in de moderne tijd een bijzonder goede reputatie heeft behouden. Een belangrijke rol daarin speelde Mohammad Reza Pahlavi, de sjah van Iran, die tijdens de Islamitische Revolutie van 1979 werd afgezet. Hij presenteerde Cyrus graag als een soort verlichte vorst: een koning die weliswaar over absolute macht beschikte, maar die macht enkel gebruikte om een humane, tolerante en in zekere zin seculiere samenleving tot stand te brengen. Daarmee vormde Pahlavi Cyrus heel bewust naar zijn eigen ideaalbeeld. Ook hij zag zichzelf als een sterke vorst die Iran wilde moderniseren, seculariseren en verwestersen, en die daarbij weinig ruimte liet voor politieke tegenstand.

Sjah Mohammed Reza Pahlavi (1919-1980)

Volgens Pahlavi was Cyrus bovendien een groot voorstander van religieuze tolerantie. Hij zou de gebruiken en overtuigingen van al zijn onderdanen hebben gerespecteerd. Dat zou onder meer blijken uit zijn restauratie van Babylonische tempels en uit de offers die hij aan de Babylonische goden bracht. Pahlavi presenteerde dit als iets heel bijzonders, bijna als bewijs van een modern idee van religieuze tolerantie. Maar voor een koning in de Oudheid was hier eigenlijk weinig uitzonderlijks aan. Tempels restaureren en offers brengen aan de lokale goden was voor een veroveraar juist een beproefde manier om de steun van zijn nieuwe onderdanen te winnen — en, niet onbelangrijk, die van hun goden.

Pahlavi beweerde zelfs dat Cyrus de slavernij in zijn rijk zou hebben afgeschaft. Hij baseerde zich daarbij op de passage in de Cyruscilinder waarin Cyrus zegt dat hij de Babyloniërs van hun lasten had bevrijd. Zoals ik net al heb uitgelegd, gaat het daar waarschijnlijk om de extra corveediensten die onder Nabonidus waren opgelegd, en dus helemaal niet om de afschaffing van slavernij. Dat weten we ook uit Babylonische archieven uit de Perzische tijd. Daaruit blijkt heel duidelijk dat mensen gewoon slaven bleven bezitten. En ook de Perzen zelf maakten gebruik van onvrije arbeid.

Propaganda voor een veroveraar?

Het kritiekloos volgen van een document als de Cyruscilinder, zonder rekening te houden met de historische context, kan dus tot flinke vertekeningen leiden. Als we de inhoud echt willen begrijpen, moeten we ons eerst afvragen waarom deze tekst is geschreven, door wie, en met welk doel.

Laten we beginnen met het soort tekst. De Cyruscilinder was een bouwinscriptie: een tekst die door hoge geestelijken in opdracht van de koning werd opgesteld om een bepaalde renovatie te gedenken. Het restaureren van een tempel gold op zichzelf al als een goede daad. Maar koningen grepen zo’n gelegenheid ook graag aan om andere goede daden onder de aandacht te brengen. Vervolgens werd zo’n inscriptie in de fundamenten van het gebouw begraven. Daar kon een toekomstige koning haar bij een latere renovatie weer aantreffen, lezen wat zijn voorganger allemaal had gedaan en daar vervolgens een voorbeeld aan nemen.

In dit geval kwam daar natuurlijk nog iets bij. De nieuwe koning was een Pers, een buitenlandse veroveraar die de vorige koning — klaarblijkelijk tegen diens zin — van de troon had gestoten. Cyrus had dus iets uit te leggen. Tegenover de inwoners van Babylon, maar vooral tegenover Marduk. Gelukkig voor Cyrus waren de hoge geestelijken van de tempel van Marduk maar al te graag bereid om hem daarbij te helpen. Zij konden voor hem een keurige, typisch Babylonische apologie schrijven waarin zijn verovering van de stad volledig werd gerechtvaardigd.

En misschien is het jullie al opgevallen: de boodschap van de Cyruscilinder is behoorlijk zwart-wit. Nabonidus is alleen maar slecht, Cyrus alleen maar goed. Nabonidus verstoort de goddelijke orde, Cyrus herstelt haar. Voor nuance is geen ruimte. En dat is heel typerend voor het Babylonische discours. Natuurlijk is de werkelijkheid nooit zo zwart-wit. Iedere zichzelf respecterende historicus zal dus proberen de scherpe randjes van zo’n verhaal af te halen. Nabonidus was er waarschijnlijk niet werkelijk op uit om Babylon te gronde te richten. En Cyrus zal ook niet uitsluitend uit nobele motieven hebben gehandeld. Je kunt zelfs vraagtekens zetten bij sommige van zijn zogenoemde goede daden.

Dus: was de Cyruscilinder dan ‘slechts’ Perzische propaganda, bedoeld om de verovering van Babylon en de ondergang van het Babylonische Rijk te rechtvaardigen? Waren de Babyloniërs eigenlijk helemaal niet blij met Cyrus? Hadden ze dan helemaal niet genoeg van Nabonidus?

Maar daarmee wordt de vraag eigenlijk alleen maar prangender. Want het waren uiteindelijk Babyloniërs zelf die deze tekst opstelden. Waarom beschreven zíj hun eigen veroveraar als een bevrijder?

De rol van de Babyloniërs bij het opstellen van de Cyruscilinder wordt vaak onvoldoende belicht. En dat is eigenlijk vreemd. Want het is toch echt een Babylonisch document: geschreven in Babylonisch spijkerschrift, in de Babylonische taal en volgens typisch Babylonische stijlconventies. Cyrus mag dan officieel de opdrachtgever zijn geweest, het waren Babylonische priesters die bepaalden in welke vorm zijn boodschap werd gegoten. Als we de betekenis van de Cyruscilinder echt willen begrijpen, moeten we dus proberen te begrijpen hoe de Babyloniërs zelf naar hun wereld keken. En dat is nu precies waar mijn boek, Een jaar in Babylon, over gaat.

Het middelpunt van de wereld

Ik heb aan het begin al iets gezegd over hoe groot en belangrijk Babylon was. Maar dat belang ging veel verder dan alleen het aantal inwoners of zijn positie als hoofdstad van een wereldrijk. Babylon was een stad met een geschiedenis die op dat moment al bijna vijftienhonderd jaar terugging. Denk aan Rome, maar dan met de omvang en invloed van New York.

Maar nog belangrijker dan dat alles was dat Babylon de woonplaats was van de oppergod Marduk. De Babyloniërs geloofden dat Marduk daadwerkelijk aanwezig was in het godenbeeld in zijn tempel, de Esagila, en van daaruit over de stad waakte. Marduk was de grote held van het Babylonische scheppingsepos, de Enuma Elish. Volgens dit verhaal had hij het oermonster Tiamat verslagen en uit haar lichaam de hemel en de aarde geschapen. Vervolgens liet hij in Babylon zijn eigen residentie bouwen. Daar kwamen eens per jaar alle goden bijeen, uit de hemel én uit de onderwereld, om over het lot van de wereld en de mensen te beslissen.

De wereld werd dus, in de ogen van de Babyloniërs, vrij letterlijk vanuit Babylon geregeerd. En de sterveling die zich koning van Babylon mocht noemen, was dat alleen bij de gratie van Marduk. Marduk verleende hem het koningschap, en daarmee ook de taak om namens hem de orde op aarde te handhaven. Dat kon bijvoorbeeld betekenen dat hij militair ingreep of tribuut eiste van andere volken.

Nu was deze hele theologie natuurlijk door mensen bedacht. Naarmate Babylon door de eeuwen heen steeds machtiger werd, steeg ook zijn beschermgod Marduk in aanzien. Uiteindelijk werd hij verheven tot oppergod en voorzitter van de godenraad. Daarmee bood de religie tegelijkertijd een rechtvaardiging voor de politieke macht van Babylon. Maar dat historische proces konden de Babyloniërs die in 539 voor Christus leefden natuurlijk niet overzien. Voor hen was dit geen politieke constructie die ooit door hun voorouders was bedacht. Voor hen woonde Marduk gewoon in Babylon.

Ik heb al verteld dat Babylon in 539 voor Christus een geschiedenis van zo’n vijftienhonderd jaar achter zich had. En een aanzienlijk deel van die geschiedenis was ook schriftelijk vastgelegd. De intellectuele elite van Babylon was zich daardoor tot op zekere hoogte ook bewust van dat lange verleden. En dat was voor die tijd behoorlijk uitzonderlijk.

Diezelfde intellectuele elite was ook de drager van een eeuwenoude schriftcultuur. Literaire werken en historische kronieken, maar ook astronomische en wiskundige kennis, werden van generatie op generatie doorgegeven en voortdurend verder ontwikkeld. Zo’n lange, ononderbroken traditie van kennisoverdracht was in die tijd heel uitzonderlijk. Babylon gold dan ook als een bron van oeroude wijsheid: kennis waarvan men geloofde dat ze uiteindelijk zelfs terugging tot de tijd van vóór de zondvloed.

Je kunt je dus wel voorstellen dat de Babyloniërs behoorlijk trots waren op hun stad en hun verleden. In die vijftienhonderd jaar Babylonische geschiedenis waren er verschillende grote bloeiperioden geweest. Denk bijvoorbeeld aan Hammurabi, beroemd om zijn wetten. Of aan Nebukadnezar I, die een grote overwinning behaalde op de Elamieten. Of, veel recenter, aan Nebukadnezar II, die van Babylonië opnieuw een wereldrijk maakte en de stad zelf op ongekende schaal liet herbouwen.

Maar die lange geschiedenis kende ook donkere perioden. Babylon was meerdere malen geplunderd, bijvoorbeeld door de Hittieten en de Elamieten, en Babylonië was verschillende keren overheerst door vreemde volken, zoals de Kassieten, de Chaldeeën en de Assyriërs. Vooral die Assyrische overheersing was bijzonder gewelddadig geweest. De Assyriërs hadden geprobeerd Babylonië met harde hand te onderwerpen, hadden Babylon tweemaal belegerd en de stad één keer zelfs volledig verwoest. En dat verleden lag in 539 voor Christus nog helemaal niet zo ver achter hen. Het speelde zich zo’n honderd tot honderdvijftig jaar vóór de tijd van Nabonidus en Cyrus af. Het is dus heel goed mogelijk dat ook gewone Babyloniërs nog verhalen kenden over die oorlogen en belegeringen.

Die lange en soms pijnlijke geschiedenis had de Babyloniërs ook bijzonder gevoelig gemaakt voor alles wat zij als vernedering van hun stad beschouwden. Dat was een van de redenen waarom de Assyriërs zoveel moeite hadden gehad om Babylonië duurzaam aan zich te onderwerpen. Een buitenlandse vorst konden de Babyloniërs best accepteren. Maar wat ze veel moeilijker konden accepteren, was dat Babylon zelf de tweede plaats moest innemen onder een andere hoofdstad. De gewelddadige ervaringen met de Assyriërs moeten daarbij nog lang in het collectieve geheugen hebben doorgewerkt. De boodschap was als het ware: dit nooit meer. Babylon mocht nooit meer op een dergelijke manier worden vernederd.

De ware held van de Cyruscilinder

En dat alles brengt mij bij een belangrijke vraag: over wie — of misschien beter: over wát — gaat de Cyruscilinder eigenlijk? Vaak wordt vrij gemakkelijk gezegd dat het slechts Perzische propaganda is, bedoeld om Cyrus in een goed daglicht te stellen. En natuurlijk is dat zo. Maar het is maar een deel van het verhaal.

Het rechtvaardigen van Cyrus was namelijk maar één onderdeel van iets groters: het rechtvaardigen van Babylon zelf. De Babyloniërs moesten ook aan zichzelf uitleggen waarom ze de poorten voor Cyrus hadden geopend. Want ze hadden ervoor kunnen kiezen om door te vechten. Dat hadden ze in de tijd van de Assyriërs ook gedaan. Toen hadden ze twee langdurige belegeringen doorstaan. Sommige rebellenleiders hadden zich zelfs teruggetrokken in de moerassen, vanwaaruit ze een guerrillastrijd tegen de Assyriërs voerden. Maar wat had dat uiteindelijk opgeleverd? Vooral nog meer oorlog, verwoesting en ellende. Moesten ze dat nu werkelijk allemaal opnieuw over zich heen laten komen?

Het lijkt erop dat de Babylonische geestelijken daarom, nadat het Babylonische leger bij Opis was verslagen en Nabonidus zelf gevangen was genomen, een andere keuze maakten. Ze besloten Cyrus als hun nieuwe koning te erkennen, in de hoop dat hij Babylon met het respect zou behandelen dat de stad in hun ogen verdiende. En die verwachting was helemaal niet zo vreemd. Want ook Cyrus had iets van de Babyloniërs nodig: hun steun.

Het is daarom goed om steeds voor ogen te houden welke vraag de Cyruscilinder eigenlijk probeert te beantwoorden. En uiteindelijk is dat deze: waarom liet Marduk dit gebeuren?

Waarom stond de oppergod van Babylon toe dat een barbarenleider zijn eigen woonplaats innam?

En misschien nog wel belangrijker: waarom was Babylon, ondanks alles wat er was gebeurd, nog altijd het middelpunt van de wereld? Want de ware held van de Cyruscilinder is uiteindelijk niet Cyrus, maar Marduk. Hij is degene die achter de schermen alles in beweging zet, steeds met het welzijn van zijn stad en zijn volk voor ogen. Hij haalt zelfs een barbarenleider uit het verre oosten, schenkt hem de juiste gezindheid en gebruikt hem als instrument om de goddelijke orde te herstellen.

Het is een manier van denken die we ook uit de Bijbel kennen. Achter alles wat gebeurt — overwinning of nederlaag, voorspoed of rampspoed — staat uiteindelijk God. Ook wanneer een buitenlandse vorst de hoofdrol lijkt te spelen.

Alles wat ik tot nu toe heb verteld om de Cyruscilinder in zijn historische context te plaatsen, beslaat natuurlijk maar een fractie van het wereldbeeld van de Babyloniërs. En dat wereldbeeld kunnen wij uiteindelijk alleen maar proberen te benaderen. Aan de hand van de bronnen die zijn overgeleverd, en met ons eigen, feilbare interpretatievermogen. Helemaal doorgronden zullen we het nooit.

In mijn boek, Een jaar in Babylon, probeer ik toch iets dichterbij te komen. Door de gebeurtenissen van het jaar 539 voor Christus van binnenuit te beschrijven. Ik woon rituelen bij, mijmer over mythen en filosofische ideeën, en volg de hogepriester van Marduk, Bēlšunu — die naam heb ik overigens zelf verzonnen — terwijl hij probeert te begrijpen wat er om hem heen gebeurt. En vooral: waarom Marduk dit allemaal laat gebeuren. En hij speelt — spoiler alert — uiteindelijk ook een belangrijke rol bij de totstandkoming van de Cyruscilinder.

Dus: waarom verwelkomde Babylon zijn eigen veroveraar?

Omdat de Babyloniërs een verhaal nodig hadden waarmee ze hun nieuwe werkelijkheid konden begrijpen. Een verhaal waarmee ze in het reine konden komen met het feit dat hun geliefde stad in handen was gevallen van een koning uit een heel andere wereld. Een koning voor wie Babylon niet langer het vanzelfsprekende middelpunt van de wereld was, maar slechts één van de vele grote steden in een immens rijk.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *