Bij de gratie van Ahura Mazda

Toen Ahura Mazda deze wereld in beroering zag, schonk hij het (koningschap) aan mij en maakte hij me tot koning, opdat ik koning zou zijn. Bij de gratie van Ahura Mazda herstelde ik (de wereld) in haar oorspronkelijke staat. Wat ik tegen hen (d.w.z. de onderdanen) zei, dat deden zij, zoals ik verlangde. Als je je afvraagt: “Van hoeveel landen heeft Darius zich meester gemaakt?” kijk dan naar de beelden [van hen] die de troon dragen. Dan zul je het weten, dan zal het je bekend worden: de speer van een Pers reikt ver. Dan zal het je bekend worden: een Pers heeft waarlijk ver van Perzië slag geleverd. Alles wat ik gedaan heb, heb ik door de wil van Ahura Mazda gedaan. Ahura Mazda schonk me hulp, totdat ik mijn werk volbracht had. Moge Ahura Mazda mij, mijn koningshuis en dit land beschermen tegen onheil. Hierom bid ik tot Ahura Mazda, moge Ahura Mazda het me geven! O sterveling, laat dat wat Ahura Mazda bevolen heeft je niet tegenstaan! Verlaat het rechte pad niet! Kom niet in opstand! Naqsh-e Rustam Inscriptie

Met deze woorden beschreef de Perzische koning Darius I (r. 522-486 v. Chr.) in een inscriptie bij zijn graf in Naqsh-e Rustam zijn eigen heerschappij. In zijn bijna veertig jaar op de troon consolideerde hij de veroveringen van zijn voorgangers en vormde hij het Midden-Oosten om tot een politieke eenheid: een ‘oikoumene’. Voor zijn onderdanen leek het alsof Darius over de gehele bewoonde wereld regeerde. Maar liefst 44% van de toenmalige wereldbevolking viel onder het gezag van Darius; een percentage dat sindsdien door geen enkel ander wereldrijk is geëvenaard. In dat opzicht was het Perzische Rijk het meest wereldomvattende rijk dat ooit heeft bestaan.

Continue reading “Bij de gratie van Ahura Mazda”

De Uitverkorene

45.1) Dit zegt de HEER tegen Cyrus, zijn gezalfde, die hij bij de rechterhand neemt, aan wie hij volken onderwerpt, voor wie hij koningen ontwapent, voor wie hij deuren opent – geen poort blijft gesloten: 2) Ik zal voor je uit gaan, ik zal ringmuren slechten, bronzen deuren verbrijzelen, ijzeren grendels stukbreken. 3) Ik zal je verborgen schatten schenken, diep weggeborgen rijkdommen. Dan zul je weten dat ik de HEER ben, de God van Israël, die jou bij je naam roept. Jesaja

Met deze woorden beschreef een anonieme Judeeër, die als balling in Babylonië leefde en zichzelf in de traditie van de profeet Jesaja plaatste, halverwege de 6de eeuw v. Chr. de opkomst van de Perzische koning Cyrus de Grote (r. 558-530 v. Chr.). Cyrus veroverde in een kwart eeuw tijd bijna geheel Zuidwest-Azië en bracht met opvallend gemak grootmachten als Medië, Lydië en Babylonië ten val. Dit maakte diepe indruk op de mensen in die tijd en het idee dat Cyrus goddelijke steun genoot, of zelfs onderdeel was van een goddelijk plan, werd breed gedragen. Hoe valt zijn succes te verklaren?

Continue reading “De Uitverkorene”