Verloren Oudheid – Sargon van Akkad

De afgelopen weken heb ik zijn naam al een paar keer laten vallen. Je zou hem de Founding Father van Assyrië en Babylonië kunnen noemen. Hij was het die als eerste alle Mesopotamische stadstaten in één rijk verenigde en de Akkadische taal voor de komende 1500 jaar tot voertaal van het Nabije Oosten maakte. Met zijn legers verkende hij de grenzen van de bekende wereld en stelde zo een voorbeeld voor alle Mesopotamische koningen die na hem kwamen. Wie was deze Sargon van Akkad?

De Soemeriërs
Enkele weken geleden schreef ik al over de oorsprong van het Mesopotamische koningsideaal. Met de opkomst van de eerste stadstaten in Soemer (ca. 4000-3200 v. Chr.) kwam de macht in de handen van een hogepriester, die optrad als bemiddelaar tussen goden en mensen. Later (2900-2300 v. Chr.) werden de taken van deze hogepriester overgenomen door krijgsheren die de titel lugal (grote man) droegen. Zodoende combineerden zij militaire en sacrale functies in hun ambt. De ‘militarisering’ van het koningschap hangt samen met een toenemende rivaliteit tussen de Soemerische stadstaten en wellicht ook met de dreiging van externe invasies, door bijvoorbeeld de Elamieten en Semitische stammen.

Oost-Semitische koninkrijkjes rond 2300 v. Chr. Bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Near_East_topographic_map-blank.svg Auteur: Sémhur

Oost-Semitische koninkrijkjes rond 2300 v. Chr.
Bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Near_East_topographic_map-blank.svg
Auteur: Sémhur

De Semieten
Terwijl in Soemer de eerste stadstaten opkwamen, leefden op de Syrische steppes enkele semi-nomadische herdersstammen die Oost-Semitische talen spraken. Rond 3500 v. Chr. stichtten deze Oost-Semitische stammen de stad Ebla. Ebla groeide al snel uit tot een belangrijk handelsknooppunt tussen de Middellandse Zee, Mesopotamië en het Taurusgebergte en de invloed van de stad verspreidde zich over geheel Syrië. Intussen vestigden andere Oost-Semitische stammen zich rond 2900 v. Chr. in stadstaten langs de Eufraat, zoals Mari en Nagar, en zelfs in Kisj, aan de noordgrens van Soemer. De vroegste lugals van Kisj behoorden mogelijk tot deze Oost-Semitische stammen. De Oost-Semitische stammen die zich in Soemer gevestigd hadden namen de Soemerische cultuur grotendeels over, maar ze behielden hun eigen taal.

Geboorte van Sargon
Sargon van Akkad (r. 2334-2279) was een van die Oost-Semitische inwoners van Kisj. Volgens de Soemerische Koningslijst was hij de zoon van een tuinman en tevens wijnschenker van lugal Ur-Zababa van Kisj. Wijnschenker was in het oude Mesopotamië een prestigieus beroep. De wijnschenker was namelijk een vertrouweling van de koning. Tuinman was eveneens een eerzaam beroep. Het aanleggen van tuinen en parken in een woestijnklimaat vereist immers een zekere vaardigheid. Sargon was dus zeker niet van lage komaf. Volgens een latere legende had Ur-Zababa eens een droom waarin hem werd voorspeld dat Sargon hem zou afzetten. Daarop probeerde Ur-Zababa Sargon herhaaldelijk te doden, maar uiteindelijk moest hij zelf het loodje leggen. In de Nieuw-Assyrische periode ontstond een meer uitgebreide legend over Sargon, waarin hij de zoon was van een priesteres en een onbekende vader. Hij zou als baby in een mandje aan de rivier de Eufraat zijn toevertrouwd, waar hij werd gevonden door een tuinman. Deze geboortelegende van Sargon ligt waarschijnlijk aan de basis van vele latere geboortelegendes, waaronder die van Mozes, Perseus en Cyrus de Grote.

Bronzen hoofd van een Akkadische koning (waarschijnlijk Sargon van Akkad). Nationaal Museum Irak.

Bronzen hoofd van een Akkadische koning (waarschijnlijk Sargon van Akkad).
Nationaal Museum Irak.

Onderwerping van Soemer
Na zijn coup tegen Ur-Zababa van Kisj verplaatste Sargon zijn hoofdstad naar Akkad en verklaarde hij de oorlog aan Lugal-Zagesi, de lugal van de stad Umma die bijna alle Soemerische stadstaten in een coalitie had verenigd. Lugal-Zagesi had de grote ommuurde stad Uruk tot zijn hoofdstad gemaakt en zich in deze stad verschanst. Sargon veroverde Uruk en nam Lugal-Zagesi gevangen. Bovendien sloopte hij de beroemde muren die nog door de legendarische koning Gilgamesjzouden zijn gebouwd. Na de val van Uruk vielen de andere Soemerische stadstaten al snel. Toen hij eenmaal de Perzische Golf had bereikt, waste hij zijn wapens in de zee. De Perzische Golf werd destijds gezien als de oostgrens van de beschaafde wereld. Vervolgens stelde Sargon Akkadisch sprekende gouverneurs aan over de Soemerische stadstaten, waarmee hij de etnische dominantie van de Akkadiërs over de Soemeriërs bewerkstelligde.

Sargon als ontdekkingsreiziger
Zoals ik al eerder aangaf had het koningschap in de periode 2900-2300 v. Chr. een meer militaristische aard gekregen. Men verwachtte van koningen dat ze te allen tijde bleven strijden tegen vijanden die hun gezag niet aanvaarden. Sargon’s onderwerping van alle Soemerische stadstaten was dus niet genoeg. Daarom verzamelde hij een leger van 5400 elitekrijgers en marcheerden hij met hen in noordwestelijke richting, om de Oost-Semitische stadstaten aan de rivier de Eufraat te onderwerpen. Hij onderwierp de stad Mari en verwoeste mogelijk ook het eerdergenoemde Ebla. Tijdens zijn reizen zou hij het Zilvergebergte (Taurusgebergte), het Cederwoud (Libanon) het eiland Kuppara (Cyprus) hebben bereikt. Het doel van deze reizen was om een reputatie als goddelijke held op te bouwen en tevens belangrijke grondstoffen als cederhout, zilver en koper in handen te krijgen. Sargon’s veldtochten waren waarschijnlijk niet veel meer dan rooftochten. In de meeste gebieden die hij onderwierp wist hij geen blijvend gezag te vestigen, behalve misschien in stadstaten langs de Eufraat en de Tigris. Sargon zou ook de Elamieten in het oosten overwonnen hebben en handelsmissies hebben georganiseerd naar Dilmun (Bahrein), Magan (Oman) and Meluhha (het Indusdal). 

Stele van Naram-Sin ter ere van zijn overwinning op de Lullubi in het Zagrosgebergte. Louvre, Parijs.

Stele van Naram-Sin ter ere van zijn overwinning op de Lullubi in het Zagrosgebergte.
Louvre, Parijs.

Sargon’s erfenis
Ondanks zijn grootschalige veroveringen, had Sargon weinig werkelijke macht over zijn directe onderdanen. Aan het eind van zijn regering zouden alle landen dan ook tegen hem in opstand zijn gekomen. Sargon slaagde erin de opstanden de kop in te drukken en zijn rijk door te geven aan zijn zonen Rimush and Manishtushu. Sargon’s kleinzoon Naram-Sin (r. 2254-2218 v. Chr.) organiseerde opnieuw grootschalige veldtochten. Hij was een van de weinige Akkadische koningen die zichzelf als god aanduidde. Na de dood van Naram-Sin stortte het Akkadische Rijk ineen als gevolg van lange droogtes en rooftochten door de Guti. Hoewel het Akkadische Rijk niet lang heeft standgehouden, hebben de veroveringen van Sargon zo’n grote stempel gedrukt op Mesopotamië dat de Akkadische taal de Soemerische taal binnen enkele eeuwen geheel verdrong. Intussen probeerden verschillende Akkadisch sprekende koningen, waaronder die van Babylon en Ashur, Sargon’s rijk te herstellen. Deze ambitie bleef oosterse koningen inspireren tot aan de tijd van Alexander de Grote.