
Op donderdag 3 september verschijnt bij Uitgeverij Omniboek mijn nieuwe boek Een jaar in Babylon: portret van een eeuwenoude beschaving. Tijdens de presentatie van de zomeraanbieding op dinsdag 3 maart kreeg ik alvast de gelegenheid om iets over het boek te vertellen. Het gesprek vond plaats in de vorm van een Q&A. De uitgeverij had een aantal vragen voorbereid, die werden aangevuld met vragen van de verkopers die het boek straks bij de boekhandels onder de aandacht brengen.
Kun je vertellen waar het boek over gaat?
De hoofdtitel – Een jaar in Babylon – verwijst naar het jaar 539 v.Chr., een van de meest beslissende jaren in de geschiedenis van Babylonië. In dat jaar wordt Babylon, de hoofdstad van het machtigste rijk van zijn tijd en een metropool met meer dan duizend jaar geschiedenis, bedreigd door een nieuwe en haast ondoorgrondelijke vijand: Cyrus de Grote, koning van Perzië. In slechts twee decennia wist hij een enorm gebied te veroveren dat zich uitstrekte van Centraal-Azië tot aan de Egeïsche Zee, en Babylon leek zijn volgende doelwit te worden.
Voor de Babyloniërs betekende dit een existentiële crisis. Het voortbestaan van Babylon als politiek centrum van de wereld – en misschien nog wel meer dan dat – kwam onder druk te staan. Hun vertrouwde wereldbeeld begon te wankelen. In Een jaar in Babylon reconstrueer ik hoe dat jaar eruitzag: niet alleen wat er gebeurde, maar vooral ook hoe mensen het beleefden en begrepen.
Het boek begint en eindigt met het Akitu-feest, het Babylonische Nieuwjaarsfestival, en volgt de gebeurtenissen in de aanloop naar en de nasleep van de val van de stad. Een belangrijk thema is de cyclische aard van de tijd. Voor de Babyloniërs keert jaarlijks hetzelfde ritme van rituelen en seizoenen terug. Maar in 539 v.Chr. wordt die cyclus abrupt doorbroken. Het boek heeft daardoor een duidelijk begin- en eindpunt, maar laat ook zien hoe mensen binnen een cyclisch tijdsbesef toch een historisch keerpunt konden ervaren. Het is een levendige reconstructie van een wereld op het moment dat zij verandert.
Is het een ander boek dan je eerste twee boeken?
Mijn eerdere boeken – Het wereldrijk van het Tweestromenland en Alle wegen leiden naar Babel – waren breder opgezet en algemener van aard. Thema’s als mythologie, ritueel en ideologie kwamen daar wel in voor, maar meestal zijdelings.
In Een jaar in Babylon reconstrueer ik niet alleen wat er in 539 v.Chr. gebeurde, maar vooral ook hoe mensen die gebeurtenissen beleefden en begrepen.
Voor dit derde boek wilde ik juist dieper ingaan op het wereldbeeld van de Babyloniërs. Aanvankelijk merkte ik dat ik veel in de abstractie bleef hangen en onderwerpen die eigenlijk nauw met elkaar verweven zijn, behandelde alsof ze los van elkaar stonden. Gaandeweg realiseerde ik me dat je zo’n wereldbeeld beter kunt begrijpen wanneer je het in actie laat zien. Hoe beïnvloedden ideeën over religie, politiek en wetenschap het handelen – en zelfs het voelen – van mensen in een crisisjaar als 539 v.Chr.?
Daarom koos ik voor de ondertitel portret van een eeuwenoude beschaving. Het boek is een benadering van iets dat zelfs de grootste geleerden nooit helemaal zullen doorgronden. Het begint met de verteller – ikzelf – die op zijn werkkamer nadenkt over de vraag hoe je zo’n wereld kunt reconstrueren. Onderweg bespreek ik ook de problemen die horen bij historische interpretatie: de afstand in tijd en cultuur, de fragmentarische bronnen, en de keuzes die je als historicus moet maken. Toch komt die wereld stap voor stap dichterbij. Ik kruip daarbij niet in het hoofd van mijn personages – dat is voor mij de grens – maar probeer wel zo dicht mogelijk bij hun wereld te komen. Het blijft geschiedschrijving, maar in een vorm die de lezer dichter bij het verleden brengt.
Volg je in het boek ook bepaalde hoofdpersonen?
Ja. Een belangrijke figuur is de Babylonische priester Bēlšunu. Hij was de šešgallu, een hoge functionaris die verantwoordelijk was voor het cultusbeeld van de oppergod Marduk en toezicht hield op de rituelen in de tempel. Dat was een positie met een enorme prestige die aanzienlijke politieke invloed met zich meebracht.
In het boek volg ik hoe hij de opkomst van Cyrus probeert te duiden. Uiteindelijk speelt hij ook een rol in de beslissing om Babylon aan de Perzen over te leveren. Het verhaal draait grotendeels om de vraag hoe hij deze gebeurtenis interpreteert vanuit zijn religieuze en culturele wereldbeeld.
Om een wereldbeeld te begrijpen moet je het in actie zien: hoe ideeën over religie, politiek en wetenschap het handelen van mensen beïnvloeden
Je beschrijft 539 v.Chr. als een keerpunt. Wat veranderde er precies?
Het ironische is dat er op korte termijn eigenlijk niet zo veel veranderde. Babylon hield op de politieke hoofdstad van het machtigste rijk te zijn, maar Cyrus respecteerde grotendeels de lokale tradities. De plaatselijke elites bleven in functie, alleen de koning werd vervangen.
Op langere termijn voltrok zich echter een ander proces. De eeuwenoude Sumero-Akkadische cultuur waaruit Babylon was voortgekomen raakte langzaam maar zeker op de achtergrond. Aramese en later andere talen en culturen werden steeds dominanter, terwijl het traditionele Babylonische erfgoed meer en meer het domein van een kleine elite werd, een beetje zoals het Grieks-Latijnse erfgoed in de Middeleeuwen.
De Babylonische beschaving is dus niet plotseling vernietigd door een buitenlandse veroveraar. Ze doofde langzaam uit. Dat benadruk ik ook in het boek: deze beschaving was sterk genoeg om oorlog en verovering te overleven, maar bleek uiteindelijk niet bestand tegen verwaarlozing.
Kun je het omslag uitleggen?
Op het omslag staat de Ištarpoort, misschien wel het bekendste beeld dat we vandaag van het oude Babylon hebben. Het was de ceremoniële toegangspoort tot de stad en speelde een belangrijke rol tijdens het Nieuwjaarsfeest. De poort was bekleed met blauwe geglazuurde bakstenen en versierd met reliëfs van leeuwen, stieren en draken.
Voor mij symboliseert die poort ook iets anders: een doorgang naar het verleden. Dit boek nodigt de lezer uit om als het ware door die poort te lopen en een jaar lang mee te kijken in een wereld die op het punt staat te veranderen.
De Babylonische beschaving was sterk genoeg om oorlog en verovering te overleven, maar bleek uiteindelijk niet bestand tegen verwaarlozing.
Je eerste twee boeken kregen veel aandacht. Wat hebben ze je gebracht?
Mijn eerste boek, Het wereldrijk van het Tweestromenland, verscheen in januari 2021. In september 2023 volgde Alle wegen leiden naar Babel. Beide boeken kregen een vierballenrecensie in NRC, en Alle wegen leiden naar Babel kwam bovendien op de longlist van de Libris Geschiedenis Prijs.
Wat die boeken me vooral hebben gebracht, is een publiek. Het besef dat ik niet de enige ben met deze fascinatie voor het oude Mesopotamië en dat er lezers zijn die dat enthousiasme delen. Ik schreef al langer blogs en artikelen, maar via deze boeken kon ik laten zien wat kon. Floor Jonker en Rudmer Koopal van Uitgeverij Omniboek gaven me destijds het vertrouwen en de ruimte om mijn eigen stem te ontwikkelen. Dat heeft veel deuren geopend. Het heeft me ook de inspiratie en het zelfvertrouwen gegeven om aan een promotieonderzoek te beginnen.
Kun je daar meer over vertellen?
In mijn proefschrift onderzoek ik de internationale betrekkingen van het Assyrische Rijk, het rijk dat aan het Babylonische Rijk voorafging. In de literatuur wordt Assyrië vaak voorgesteld als een niets ontziende grootmacht die simpelweg haar wil oplegde aan de rest van het Nabije Oosten. Ik probeer juist te laten zien dat het politieke landschap veel complexer was, met tal van kleinere staten die hun eigen ambities en strategieën hadden.
Het is wel even schakelen tussen academisch schrijven en schrijven voor een breed publiek. Ik probeer altijd helder en eenvoudig te formuleren – in de geest van Richard Feynmans adagium: “If you cannot explain it simply, you do not understand it yourself.” In academisch werk moet je die helderheid combineren met een preciezer begrippenapparaat en een uitgebreider debat met andere onderzoekers. Dat vraagt om een andere stijl, maar uiteindelijk probeer ik in beide gevallen hetzelfde te doen: iets ingewikkelds zo begrijpelijk mogelijk maken.
Heb je al ideeën voor een volgend boek?
In mijn promotieonderzoek kom ik voortdurend interessante casussen tegen van staten rond Assyrië: rivalen, bondgenoten en vazallen, groot en klein. Zij werkten soms samen met het Assyrische rijk en verzetten zich er soms tegen, maar bleven lange tijd hun eigen koers varen.
Misschien kan ik in een volgend boek de opkomst van het Assyrische wereldrijk vertellen vanuit die verschillende perspectieven. Door het verhaal te volgen via uiteenlopende staten en heersers wordt zo’n groot historisch proces concreter en levendiger.
Het lijkt me zeker leuk om zo’n boek te schrijven. De komende tijd heeft mijn promotieonderzoek voorrang, maar schrijven voor een breed publiek zal me nooit helemaal loslaten.